Heeft u een website gemaakt, dan dient deze uiteraard op internet zichtbaar te zijn. Hiervoor kunt u een gratis FTP programma gebruiken, zoals Filezilla FTP. Ervaren gebruikers adviseren wij het gratis programma Leech FTP.

Free PRO

Bij het maken en publiceren van een eigen website heeft u uiteraard een domein nodig. Op een Windows systeem kunt u gebruik maken van het eveneens gratis WS_FTP. U moet een profiel maken om in te loggen op het domein van uw hosting pakket: start WS_FTP en kies voor "new" om een nieuwe 'profile' te maken. Vul daarna de volgende gegevens in:

Profile Name: (u kunt hiervoor zelf een willekeurige naam invullen, zoals uw domeinnaam)
Host Name: <ftp.uwdomein.nl>
Host Type: AutoDetect
User ID: <Uw gebruikersnaam>
Password: <Uw wachtwoord>
Account: (mag leeggelaten worden)
Comment: (mag leeggelaten worden)

FTP-Shot1   

Hostname, User ID en Password kunt u terugvinden in onze schriftelijke bevestiging van de installatie van uw hostingpakket. Als bovenstaande punten zijn ingesteld en u verbinding heeft met onze webserver, kunt u uw WS_FTP sessie starten:

FTP-Shot2   

Plaatsen webfiles op server

In de map "htdocs" worden alle internetbestanden opgeslagen. De gegevens op de rechter helft van het scherm kunnen afwijken. Dit heeft te maken met de server, waarop uw bestanden staan. Met de pijltjestoetsen (in het midden tussen de beide schermpjes) kunnen bestanden van uw PC op onze server worden geplaatst. Als u bijvoorbeeld een lokaal internet bestand naar de server wilt kopiŰren, dient de map voor de internetbestanden aan de serverkant (rechterkant) geopend te zijn. Selecteer het bestand in het linker schermpje en druk op de pijltjestoets met het pijltje naar rechts. Nu wordt het bestand van uw pc naar de server gezonden. Op dezelfde manier kunnen bestanden van de server naar uw pc worden gekopieerd.

Belangrijke tip: kleine letters

De FTP-server zal alle bestanden die beginnen met een min ("-") teken negeren! Wij adviseren u altijd kleine letters te gebruiken in uw bestandsnamen. Hoofdletters worden weliswaar door de webservers ondersteund, maar dienen zeer consequent te worden gebruikt. Eenvoudiger is dan ook uw bestanden altijd een naam te geven in kleine letters.

FTP en firewall

Als er bestanden geupload of gedownload moeten worden, bijvoorbeeld voor het onderhoud van een website, gebeurt dat meestal door middel van FTP. Omdat het internet niet altijd even veilig is en er mensen zijn die proberen in te breken in computers van anderen, beschermen veel mensen hun computer met een Firewall. Het gebruik van een firewall kan er voor zorgen dat FTP-sessies niet goed verlopen, met als gevolg dat er niets meer geupload of gedownload kan worden. Dit probleem ligt in de manier waarop FTP het client/server-model gebruikt.

Active FTP

FTP maakt in tegenstelling tot veel andere protocollen gebruik van twee communicatie poorten. Om te beginnen maakt de FTP-client bijvoorbeeld WS-FTP, CuteFTP, maar ook Frontpage heeft een FTP functie) een verbinding met een FTP-server op poort 21. Dit is de zogenaamde command-port oftewel de poort waarnaar de opdrachten worden verstuurd. De client maakt die verbinding vanaf een eigen poort met een nummer dat ligt boven de 1024, bijvoorbeeld 1027 (poortnummers tot en met 1024 zijn gereserveerd, nummer 20 en 21 voor FTP). Vervolgens geeft de client het commando PORT met het nummer van de poort waarop de client gaat luisteren. Dit is de data-port en is dus niet dezelfde als de command-port. Daarom heeft deze data-port ook een ander nummer, bijvoorbeeld 1028. De server maakt vervolgens vanaf poort 20 een verbinding met de client op deze poort. Dat betekent dus dat de data-verbinding tussen client en server wordt ge´nitialiseerd door de server. En dat is iets dat een firewall aan de kant van de client normaal gesproken juist voorkomt, het is tenslotte een verbinding van buitenaf. Het gevolg is dat er geen data-verbinding tot stand komt en er geen bestanden geupload of gedownload kunnen worden.

Passive FTP


Om er voor te zorgen dat er een data-verbinding is, die niet door de firewall geblokkeerd wordt, moet de data-verbinding door de client ge´nitialiseerd worden. Dat gebeurt als volgt. Eerst maakt de client vanaf bijvoorbeeld poort 1027 een verbinding met de server op poort 21. Daarbij wordt het commando PASV gegeven in plaats van het commando PORT. De server antwoordt via deze verbinding met PORT plus het nummer van de server-poort (ook boven 1024) waarop de client een data-verbinding kan maken. Dit wordt vervolgens door de client gedaan. Het resultaat is een command-verbinding en een data-verbinding, beide ge´nitialiseerd door de client. De firewall zal nu niets blokkeren.



Bedrijvenweb is onderdeel van IT-Ernity
Bedrijvenweb is onderdeel van IT-Ernity
Bedrijvenweb - ISO 27001 gecertificeerd
Bedrijvenweb - ISO 27001 gecertificeerd
Bedrijvenweb - ISO 9001 gecertificeerd
Bedrijvenweb - ISO 9001 gecertificeerd